Treinen

Tijdens mijn opleiding tot machinist heb ik tijdens het leren van de stof veel getekend. Hier komen ze allemaal voorbij, met wat leuke feitjes.

Flirt

De Flirt staat bij mij samen met ICM op nummer 1 als fijnste treinstel om mee te werken. Je merkt als machinist aan alles dat het een goed (en duur) treinstel is. NS heeft twee soorten van dit treinstel. De bekende blauw/wit/gele die voornamelijk in het zuiden en oosten van ons land rondrijd, en de rood/zwarte duivel die hele dagen heen en weer boemelt op het traject Alphen a/d Rijn – Gouda. In november ’25 werd aangekondigd dat NS een deal met stadler heeft gesloten voor nog een Flirt! Het zal de Flirt Flex genoemd worden en is gebaseerd op het type Flirt-4, ook wel Flirt 200 genoemd.

De Flirt is door NS aangekocht omdat ze snel nieuw materieel nodig hadden voor vervanging van de laatste Mat ’64 treinstellen, en de SNG niet op tijd geleverd kon worden. Veel regionale vervoerders sluiten een contract af met Stadler omdat ze betrouwbare treinen leveren, en die zelf onderhouden. Er staan onder andere werkplaatsen van Stadler in Leeuwarden, Blerick en Hengelo.

FLIRT stond voor ‘Flinker, Leichter, Innovativer, Regional-Triebfahrzug’, maar doordat Stadler dit treinstel over 4 verschillende types wist te verbeteren en aanpassen, hebben ze de afkorting een beetje aangepast. Tegenwoordig staat het voor ‘Flinker, Leichter Intercity- und RegionalTriebfahrzug’. Dit is misschien wel het meest verkochte treinstel over de hele wereld. Ze zijn volledig aanpasbaar, en te verkrijgen in elektrisch, diesel, hybride, of zelfs als waterstof treinstel!

GTW / Wink

Om bij Stadler te blijven de GTW, Gelenktriebwagen, en de WINK, Wandelbarer Innovativer Nahverkehrs-Kurzzug.

De GTW, op plaatjes links, is een treinstel dat ontworpen is voor de Biel – Ins nevenlijn. Voor deze lijn werd een licht treinstel gezocht met een lage instap, waarbij de zware elektronica niet allemaal op het dak hoefde te liggen. Stadler bedacht een kleine tussenbak met alle zware technologie. Ze worden, onder andere in Nederland, ook gebruikt als dieselmaterieel.

De Wink is in 2017 voor Arriva Noord ontworpen door Stadler, het treinstel is gebaseerd op de Flirt, maar heeft net als de GTW een ‘Powerpack’ in het midden. Het zijn hybride treinstellen met een stroomafnemer, een dieselmotor en batterijen die opgeladen worden bij ED-remmen. Wanneer de noordelijke nevenlijnen (deels) zijn geëlektrificeerd, is het de bedoeling dat Stadler de dieselmotoren vervangt voor extra batterijen.

ICM / Koploper

Een 40 jaar oud treinstel dat dagelijks nog probleemloos door Nederland rijd. Vroeger kon de ICM, InterCity Materieel, bij het combineren een sluis vormen tussen de twee neuzen, hierdoor konden mensen overstappen tussen twee treinstellen zonder uitstappen. Er bleek al gouw dat dit vaak storingen opleverde, en lang duurde. Om een goed verloop van de dienstregeling op 1 te zetten besloot NS tussen 2005 en 2011, bij de modernisering van de ICM, de doorloopkop weg te halen. Reizigers en personeel konden niet meer van de ene kop naar de andere lopen, maar de bijnaam bleef hangen.

Op 14 juni 2024 is de 4011 naar het spoorwegmuseum overgebracht, en dat betekende dat de ICM-1 allen uit dienst waren gehaald. Er rijden op moment van schrijven, 06 dec ’25, nog 59 van 145 stellen rond.

DDZ

De DDZ, DubbelDekker Zonering, lijkt op een treinstel, maar is dat eigenlijk niet. De motorbak is gelijk aan een 1700-locomotief, en de rijtuigen zijn gemoderniseerd vanuit het type DDM en DDar. Alle tractiemotoren zijn de vinden in de motorbak, hier zitten dan ook de stroomafnemers. Als je als machinist een storing krijgt, en je moet iets afsluiten, dan gaat dat vrijwel altijd in tweevoud, in de motorbak én in de stuurstand.

De binnenkant van de cabine lijkt vrijwel identiek aan de oude 1700-locomotieven die nog tot 2019 voor het stopmaterieel DDM/DDar hebben gereden, en tot december 2023 de Intercity Berlijn trokken.

Net als de ICM, bereikt ook DDZ langzaamaan het einde van d’r leven. Nog 46 van 65 DDZ treinstellen rijden rond, waarvan alleen 4-delige treinstammen uit de dienst zijn gehaald!

DDM-1 / DD-AR / mDDM

De DD-AR, DubberDeks AggloRegio materieel, een vernieuwde naam voor de 2e en 3e types van de DDM-1. Die afkorting staat, natuurlijk, voor DubbelDeks Materieel. Deze treinstammen zijn door NS besteld om de verhoogde reizigerscapaciteit, door de komst van de nieuwe studenten OV-Chipkaart, op te vangen. Ze werden ingezet met locomotieven van het type 1600/1800. 50 rijtuigen van het type DDM werden in 1990 omgebouwd tot motorrijtuig en kregen daardoor een m voor hun afkorting. Deze mDDM rijtuigen werden voor DD-AR materieel geplaatst. Dit verhoogde de reizigerscapaciteit, en konden de locomotieven elders ingezet worden. Nog 29 overgebleven stammen werden samen met locomotieven ingezet.

Na buitendienststelling in 2013 zijn de treinstammen nog een keer teruggekomen op het Nederlandse net. Ditmaal met locomotieven van type 1700, die qua uitstraling nauw verwant was aan zijn voorganger. In 2014 waren ze weer te vinden, voornamelijk als stoptrein tussen Zwolle en Utrecht. In december 2019 was het toch echt einde verhaal voor de oude treinstammen, en ze zijn bijna allemaal gesloopt.

In 2009 worden alle mDDM motorrijtuigen, samen met hun DD-AR stammen omgebouwd tot Intercity ‘treinstellen’. Reizigerscompartimenten worden onderverdeeld in 3 zones: praten, werken en stilte. Daaruit komt de nieuwe naam, DubbelDekker Zonering, oftewel, DDZ.

VIRM

DD-IRM, DubbelDeks InterRegio Materieel. 3- en 4-bakken lange treinstellen die vanaf 1991 hun vaste plaats kregen in het wagenpark van de NS. In 2000 kwamen ze er achter, dat er niet genoeg zitplek voor reizigers was, en besloot NS om extra rijtuigen te bestellen die tussen de bakken geplaatst kon worden. Zo werd de eerste serie IRM omgebouwd van 3 naar 4 bakken, en van 4 naar 6 bakken. Op deze manier kreeg dit type treinstel haar nieuwe naam: V-IRM, Verlengt InterRegio Materieel.

Er zijn 3 types VIRM te vinden. Type 1, vanaf 2016 gemoderniseerd, te herkennen aan de doorlopende streep rondom de deuren die via de onderkant loopt. Type 2/3, vanaf 2021 rolden deze treinstellen de werkplaats in Haarlem in, en kregen hier de vernieuwde huiskleur van NS. Dan als laatst type 4, vanaf 2023 wordt deze gemoderniseerd. Er rijden nog stellen rond in de eerste kleurstelling, waarbij de blauwe band doorloopt aan de bovenkant, en treinstellen in de nieuwe ‘flow’ kleurstelling.

ICNG

De problematische nieuwste aanwinst van de NS. Intercity Nieuwe Generatie. Zo’n 2 jaar na de geplande instroom rijden er eindelijk een aantal stellen in de dienstregeling over de hogesnelheidslijn. Er zijn op moment van schrijven (29/07/2025), 52 van de 109 treinstellen afgeleverd en in reizigersdienst.

De ICNG is besteld doordat de V250 (Fyra), na 2 maand en 9 dagen rijdende dienst het heeft begeven. Door de enorm slechte technische staat, hebben de NMBS en NS samen het project Fyra geannuleerd, en alle V250 treinstellen teruggestuurd naar Italië. Hier rijden ze tot op heden vrij probleemloos rond. NS heeft oude Intercity Rijtuigen uit de stalling gehaald en 76 TRAXX-locomotieven besteld om het gat aan te vullen aan materieel dat over de HSL mag rijden. Samen met de NMBS word de Intercity Brussel gereden.

Nu de ICNG langzaamaan de rijdende dienst in komt, worden meer en meer ICR aan de kant gezet, en TRAXX-locomotieven teruggestuurd naar Akiem.

SGM / SLT / SNG

De drie klassieke sprinters van NS. De SGM, StadsGewestelijk Materieel, de SLT, Sprinter Light Train, en de SNG, Sprinter Nieuwe Generatie.

Van origine volledig geel was de SGM de snelste trein die in 1975 op het spoor terecht kwam. In 72 seconden van 0 naar 125km/h. De bijnaam van deze trein werd Sprinter.

In 2009 kwam de SLT in dienst. Een lichte trein die vlot kon optrekken en remmen. Origineel ter vervanging van de Mat ’64, maar deze bleef nog wat langer rijden dan gepland, door tekorten aan materieel om de grote reizigersstromen op te vangen.

In 2014 won het Spaanse bedrijf CAF de aanbesteding voor de nieuwste sprinter treinstellen voor NS. In december 2018 kwamen ze in dienst. Dit is het eerste treinstel dat CAF ooit gebouwd hebben. Voor de ‘Civity’, het typenaam van de SNG, maakten ze alleen trams en metro’s.

Mat ’54 / Mat ’64

De Mat ’54, met bijnaam Hondenkop, was een (voor de tijd) zeer comfortabel treinstel dat voornamelijk dienst deed op intercity- en sneltreinverkeer. Het is het zwaarste treinstel dat ooit dienst gedaan heeft in Nederland. Dit materieel heeft veel kleuren gehad, waaronder het groene, welke in het Spoorwegmuseum te bewonderen is, en een blauwe kleur voor de Benelux trein. In 1996 is de laatste Hondenkop uit dienst gegaan na een laatste rit Leeuwarden – Heerenveen.

De Mat ’64, met bijnaam Apenkop, was stoptreinmaterieel dat door haar uiterlijk vaak verward werd met de Mat ’54 en hierdoor ook vaak nog Hondenkop genoemd werd. In 2016 zijn ze buiten dienst gesteld. De Apenkop bestond niet alleen als elektrisch materieel, maar ook als dieselmaterieel. Op 6 mei 2025 kwam de Mat ’64 terug de reizigersdienst in. Door de revisie van de Protos treinstellen van Keolis, leasen ze tijdelijk een Mat ’64 stel om twee ritten in de ochtendspits te kunnen rijden.

Locomotieven

De 1200 locomotief van NS werd tussen 1950 en 1998 voornamelijk ingezet voor het trekken van zware reizigerstreinen, maar werden ook gebruikt voor het goederenvervoer. De locomotieven zijn van Amerikaans ontwerp, en werd gezien als enorm betrouwbaar. Ze kregen een tweede leven bij ACTS voor het vervoeren van goederen, en zelfs een derde leven bij EETC voor het trekken van de autoslaaptrein.

NS huurt 15 Vectron locomotieven van ELL. Ze zijn bestickerd met de nieuwe kleurstijl van NS en rijden voor de Intercity Berlijn en de Nightjet richting Zürich en Wenen.

DH / DM

De DH-1/2, ook wel Wadloper genoemd doordat ze voornamelijk op de noordelijke nevenlijnen reden. Deze dieseltreinen konden gecombineerd rijden met het DM materieel, ook wel Buffel genoemd. In 1990 werden de treinstellen overgenomen door NoordNed, wat later veranderde in Arriva. NS heeft, na instroom van de door Arriva gekochte GTW’s op de noordelijke lijnen, de wadlopers verkocht aan o.a. SKPL in Polen, en TBA in Argentinië.

Lint

De LINT, Leichter Innovativer, NehverkehrsTriebwagen. Je zou haast denken dat deze trein gemaakt is door Stadler, maar niets in minder waar. Alstom heeft het Duitse bedrijf dat deze trein ontworpen heeft overgekocht, en de naam ‘Alstom Coradia Lint’ gegeven, zodat het lijkt alsof ze het zelf hebben bedacht. Tot 2023 had Keolis de Lint nog in gebruik. Ze hebben na buitendienststelling nog heel wat maanden op het opstelterrein in Zwolle gestaan, maar zijn juli 2025 eindelijk verkocht aan Roemenië. Tot op heden rijd Arriva onder Blauwnet nog met Lint tussen Zutphen en Oldenzaal.

Eurostar / (Thalys)

Vanaf 2018 ging Eurostar ritten inzetten uit Amsterdam Centraal naar London St. Pancras. De e320 is een treinstel van het type Siemens Velaro. Siemens is de eerste die een aanbesteding heeft gewonnen voor een gedeeltelijk Franse hogesnelheidstreinenbedrijf. Voorheen werden alle Franse hogesnelheidstreinen gebouwd door Alstom. Na het horen van dit nieuws heeft Alstom rechtzaken aangespannen tegen Siemens, de Europese Commissie en Eurostar. Alle zaken hebben ze verloren.

Thalys, later overgenomen door Eurostar, heeft twee types TGV, de PBA (Paris, Brussel, Amsterdam) en de PBKA (Paris, Brussel, Köln, Amsterdam). De PBA-stellen, met een plattere neus, zijn in beheer van SNCF, de nationale Franse spoorwegmaatschappij. De PBKA-stellen, met de vernieuwde neus, zijn in beheer van de NMBS, de nationale Belgische spoorwegmaatschappij. Dit tweede type is ook toegelaten in Duitsland. Beide types kunnen gecombineerd in de reizigersdienst rijden.

Deutsche Bahn Fernverkehr

De ICE 4, is een hogesnelheidstrein op maat gemaakt door Siemens. Het is het enige ICE treinstel dat nog binnenlands in Zwitserland rijd. Hij deed dan ook wel dienst van Frankfurt am Main naar Interlaken Ost. De ICE 1 en ICE 3M zijn ook toegestaan in Zwitserland, alleen wordt de ICE 1 niet meer ingezet op deze lijnen, en is de ICE 3M uit dienst gehaald.

De ICE 3neo, is de nieuwste aanwinst van DB Fv, als we de ICE L niet meetellen. Deze ICE is van het type Siemens Velaro, een meer gemoderniseerde variant van de ICE 3 en 3M. De ICE 3neo rijd grensoverschrijdend naar Nederland, België en Oostenrijk.

SBB CFF FFS

De DPZ, Doppelstock PendelZug, zijn treinstammen die gecombineerd rijden met RE450 motorrijtuigen. Ze zijn vergelijkbaar met de DDZ die we in Nederland kennen. Afgebeeld de DPZ+, de plus is toegevoegd nadat alle treinstammen een modernisering hebben ondergaan. Ze worden voornamelijk ingezet in de S-Bahn van Zürich.

Giruno is een hogesnelheidstrein van het type SMILE, Schneller Mehrsystemfähiger Innovativer Leichter Expresszug, gebouwd door Stadler. Elk treinstel is vernoemd naar een kanton in Zwitserland of een significante plaats. Twee treinstellen hebben de naam van een Italiaanse regio. Deze treinen rijden vanuit Basel en Zürich naar verscheidene Italiaanse bestemmingen. De naam Giruno, is afgeleid van het Romansh ‘Girun’, en betekend Buizerd.

Astoro is een hogesnelheidstrein van het type Pendolino. Origineel gemaakt door Fiat Ferroviaria. Later is het bedrijf overgenomen door Alstom. Astoro heeft kanteltechniek, en kan daardoor sneller door krappe bochten. De naam Astoro komt van het Italiaanse ‘Astore’, en betekend Havik.